googlef861baca2096afea.html UA-79846156-1

Gelukkig nieuwjaar, hoe bedoel je? - Blog - Leukermet2.com

Ga naar de inhoud

Hoofdmenu:

Gelukkig nieuwjaar, hoe bedoel je?

Gepubliceerd door in dagboek ·
 

 
We hebben deze maand elkander vaak ‘gelukkig 2019’ gewenst. Wat bedoelt men eigenlijk hiermee? Wat bedoelen we als we zeggen: “we wensen je veel geluk voor 2019”? Beseft men eigenlijk wel wat men zegt? Het is uiteraard niet verkeerd om elkaar het beste te wensen, maar het is zeker even belangrijk om eens stil te staan bij die woorden, die men zo vlug als een pure formaliteit uitspreekt.

Ik las een mail van een man die zijn ex een gelukkig 2019 wenst. Maar wat bedoelt hij hiermee? De jaren ervoor heeft hij zijn vrouw herhaaldelijke malen vernederd en gekleineerd, vooral aan zichzelf gedacht en aan zelfbeklag gedaan. Tijdens de scheiding heeft hij alles gedaan om zo veel mogelijk financieel voordeel te halen. Hoe kan het dan dat hij haar het beste wenst voor 2019, terwijl hij eerder dit nooit heeft laten blijken in de jaren voordien?
 
Een vrouw vertelde me enkele dagen geleden dat ze van haar man is weg gegaan omdat hij parasiteerde op haar leven. Hiernaast vernederde hij haar vaak in het openbaar. Hij kon ook geweld gebruiken. Kan zo iemand dan zeggen: “ik wens je een gelukkig 2019”?

Ook ikzelf heb vaak die ervaring van vernedering in het openbaar gehad in mijn voorlaatste relatie. Ze vertelde mij dan met een zelfverwaande hoogmoedigheid “de redder wordt nu het slachtoffer.”

Enige dagen geleden kreeg ik van mijn zus en schoonbroer een boek van dr. Han F de Wit. Het boek heeft als titel “De verborgen bloei”. Dit inspireerde me om iets neer te schrijven over ‘geluk’. Dank je wel, Martine en Rv.

Wat is geluk? Wanneer kan men zeggen dat men gelukkig is? Hoe komt het dat de ene mens in de loop van zijn leven gelukkiger wordt, terwijl een ander niet gelukkiger wordt, ondanks dezelfde omstandigheden? Waar halen sommige mensen de kracht vandaan om hun persoonlijk lijden te verzachten, terwijl anderen aan datzelfde lijden ten onder gaan? Waarom is iemand positiever ingesteld dan de andere? Hoe komt het dat iemand voor het geluk geboren is en de andere precies altijd het deksel op de neus krijgt?

Op deze vraag geeft dr. Han F. de Wit een mooi antwoord. Vanaf de geboorte, zo schrijft hij, is ieder voorzien met een kracht die hij fundamentele menselijkheid noemt. Dit begrip lijkt theoretisch, maar wat wordt bedoeld met “fundamentele menselijkheid?” Hij schrijft dat ‘fundamentele menselijkheid’ zich uit in vier aspecten. Deze aspecten zijn levensvreugde, levensmoed, mededogen en helderheid van geest.

De fundamentele menselijkheid toont zich als levensmoed, wanneer men geconfronteerd wordt met persoonlijke tegenspoed. Bijvoorbeeld: je hebt belegd op de beurs en deze keldert, maar je raakt hierdoor niet ontmoedigd. Dit vraagt levensmoed.

Wordt men geconfronteerd met tegenspoed van andere mensen, dan manifesteert die kracht zich als mededogen, een onbaatzuchtige hulpvaardigheid. Bijvoorbeeld: iemand heeft een ernstig autoaccident en je doet er alles aan om hem te redden. Dit vraagt mededogen.

Bij persoonlijke voorspoed  of het zien van voorspoed bij andere mensen, uit die kracht zich als levensvreugde. Dit vraagt contemplatie (het begrip contemplatie wordt straks uitgelegd).

Ten slotte zien we helderheid van geest, die ons realistisch maakt en inzicht brengt. Dit vraagt eveneens contemplatie (het begrip contemplatie wordt straks uitgelegd).

Waar moeten we dan ‘geluk’ plaatsen? Geluk lijkt synoniem te zijn van levensvreugde. Dit is het NIET. Wanneer we iemand geluk wensen, dan wensen wij dat die iemand zijn verlangens succesvol kan bevredigen. In deze betekenis hangt geluk dan af van uiterlijke omstandigheden, terwijl bij levensvreugde dat niet zo is. Levensvreugde is afhankelijk van een eigen gemoedsgesteldheid en niet van uiterlijke omstandigheden.  Levensvreugde is een kracht die binnen in ons zit en niet afhankelijk is van omstandigheden. Dat betekent niet dat omstandigheden onze levensvreugde niet kan beïnvloeden. Dat kan zeker wel, uiteraard, maar dat is dan is tijdelijk. De levensvreugde komt na korte tijd weer tevoorschijn. Geluk, daarentegen, is wel afhankelijk van omstandigheden. Geluk heeft te maken met het bevredigen van persoonlijke verlangens. Er dienen dus bepaalde voorwaarden te worden vervuld om te kunnen zeggen: “ik ben gelukkig”. Geluk is afhankelijk van iets dat geluk brengt. Geluk komt van buiten ons. Dit kan een partner zijn, geld, vriendschap, een fijne baan… Dan doen we ons best om die omstandigheden te scheppen die ons gelukkig maken. We moeten dus een zekere controle hebben over onze omstandigheden. Het is alsof we ons geluk naar ons kunnen halen. We spannen ons in om geluk naar ons toe te trekken en we doen er alles aan om ongeluk te voorkomen, uit angst.

Dit zien we vaak bij bepaalde politici die door angst in te boezemen bij de bevolking hun quota halen. Dit zien we ook in de conventionele geneeskunde, die zeer materialistisch is ingesteld, en dan spreekt van preventieve geneeskunde (ik bedoel niet dat preventieve geneeskunde overbodig is). Ik denk hierbij aan mijn eerste vrouw die de instelling had om dingen te voorkomen. Wie ongeluk wil voorkomen doet dit uit een zekere angst, een angst om niet gelukkig te zijn. Mensen die het geluk buiten zich zoeken, gaan vooral omstandigheden veranderen, in de hoop dat andere omstandigheden dan geluk brengen.

Denk ook eens aan de gevaren die het zoeken naar geluk en het wensen van geluk met zich meebrengen. Ten eerste: we kunnen dat geluk die we hebben bereikt in de kortste keer terug verliezen. Hierdoor kan ontgoocheling en teleurstelling ontstaan, en hierdoor verliezen we, na herhaaldelijke teleurstellingen, vertrouwen in het leven. We houden niet meer van het leven. Het leven is dan niet meer eerlijk, zo denken we.

Ten tweede is het zoeken naar geluk buiten ons een voedingsbodem voor hoop op succes en vrees voor falen.

Ten derde is het mogelijk dat ook iemand anders naar dezelfde omstandigheden streeft die hem gelukkig kunnen maken. Dit kan concurrentie en strijd tot gevolg hebben.

Dit soort geluk is een materialistische geluksopvatting. Het probleem van zo’n geluksopvatting, zo schrijft Han F. de Wit, is dat dit juist onze connectie met onze fundamentele menselijkheid verbreekt, en dus ook de connectie met onze levensvreugde. Omdat levensvreugde in wezen niet afhankelijk is van uiterlijke omstandigheden en omdat we toch van mening zijn dat geluk te vinden is in uiterlijke omstandigheden, stapelt zich teleurstelling na teleurstelling op. We raken ontmoedigd en we geven het op. We voelen ons niet meer ‘op ons best’.

Tegenover deze materialistische geluksopvatting plaatst dr. Han F. de Wit een spirituele geluksopvatting. Hier wordt geluk niet opgevat als een moment van bevrediging, maar als een moment van levensvreugde. Ze verwerpt de zo verlangde verwachtingen. Ze gelooft niet dat bevrediging per se tot levensvreugde leidt. In de spirituele geluksopvatting is geluk iets heel anders dan bevrediging. Levensvreugde is immers niet afhankelijk van uiterlijke omstandigheden. Het is een kracht die binnen ons is, vanaf de geboorte. De meeste mensen onder ons denken dat gunstige materiële omstandigheden garant staan voor geluk. Na vele en herhaaldelijke teleurstellingen zoeken ze dan een manier op om zich te bevrijden van dit verlangen. Ze gaan dan over tot spirituele disciplines om de realiteit te ontvluchten. Ze worden spirituele dwepers. Maar ook dat is niet een juiste methode om levensvreugde te ervaren, want de intentie is nog steeds dezelfde, want het idee dat we het geluk naar ons kunnen toehalen blijft nog aanwezig. Ze beseffen niet dat die kracht, die we fundamentele menselijkheid noemen en die levensvreugde brengt, binnenin zit en niet te vinden is in de uiterlijke omstandigheden. Dat is voor hen heel moeilijk te begrijpen.

Hoe kunnen we dan in contact komen met die fundamentele menselijkheid? Dr. Han F. de Wit noemt dit het contemplatieve leven. Wat wordt bedoeld met contemplatief leven? Deze term verwijst naar een bepaalde gedisciplineerde manier van leven. Het begrip ‘discipline’ kan al onze haren doen rijzen. We willen geen discipline. Maar hier gaat discipline niet om tucht, maar om de beoefening van een zachtmoedige en intelligente (mentaal dus) discipline, die erop gericht is om onze fundamentele menselijkheid tot bloei te brengen. Vandaar de titel van het boek van dr. Han F. de Wit “De Verborgen Bloei”.  De discipline is niet religieus gericht, want het begrip contemplatie lijkt bij velen een religieuze betekenis te hebben. Denk maar aan het contemplatieve kloosterleven. De discipline die hier wordt bedoeld is gebaseerd op mensenkennis en ze wekt mensenkennis. Men mag hier het begrip contemplatief leven dus niet in een religieuze context plaatsen. Het gaat erom om bepaalde denkpatronen, die ons gevangen houden, overboord te gooien. Het zijn bepaalde denkpatronen die de bloei van die fundamentele innerlijke kracht belemmeren. Door het overboord gooien van belemmerende denkpatronen, kunnen we meer geestelijke ruimte scheppen, zodat die fundamentele menselijkheid tot bloei kan komen. Vrijheid en gezondheid zijn bij deze contemplatieve levenshouding geen doel, maar eerder een soort toegift. Het ontstaat vanzelf. In een contemplatieve levenshouding bekijken wij die dingen die de bloei van die fundamentele menselijkheid belemmeren. Dit zijn vaak conditioneringen die ons leven bepalen en dewelke ons tijdens de opvoeding en in onze cultuur werden opgedrongen. Het is puur zelfonderzoek en het vraagt de moed en de kracht om bepaalde conditioneringen los te laten. Een eerste conditionering die moet worden los gelaten is het idee dat geluk buiten ons ligt. Wanneer we van dit idee zijn bevrijd, dan pas – en niet eerder – kan die kracht, die we fundamentele menselijkheid noemen, en waaruit levensvreugde ontstaat, toenemen. Het gaat dus vooral om opvoeding. Hoe vaak denken opvoeders niet dat geluk buiten ons te vinden is? En wanneer we zeggen: “ik wens je een gelukkig 2019’ dan hoor ik vaak een ondertoon dat het geluk buiten ons ligt en de ondertoon klinkt als “moge het geluk naar je toekomen.”

Dr. Han F. de Wit doceerde contemplatieve psychologie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Zijn werk heeft internationale erkenning gekregen. Zijn term 'fundamentele menselijkheid' is hier synoniem voor wat in de esoterische psychologie 'Ziel' wordt genoemd. De Ziel, aldus de esoterische psychologie, toont zich als levensmoed, levensvreugde, mededogen en heldere rede. Esoterie wordt vaak als een religie omschreven, maar dat is het dus niet. Esoterie is de studie van energieën en krachten die aan de oorsprong liggen van alle wereldse verschijnselen. Dit wordt hier 'contemplatieve psychologie' genoemd. Zeer passende term overigens.

Tot slot wens ik de lezer een contemplatief leven toe in 2019. Ik wens de lezer de moed om het idee, dat geluk te vinden is in de materie buiten ons, te overstijgen en om aan contemplatie te doen. En dit is een mentale oefening. Ze begint met concentratie en gaat over tot contemplatie en meditatie. Dit is de zachtmoedige discipline die ik ieder lezer toewens.

Ik wens, beste lezer, jou geen nieuwe auto toe, geen mooie reis, geen goed inkomen, geen beter werk, geen gezondheid, geen uiterlijk succes en roem of wat dan ook ... ik wens je een contemplatieve levenshouding die je levensvreugde, levensmoed, helderheid van geest en mededogen zal brengen. OM.
 

Bookmark and Share

1 Opmerking
Chris
2019-01-08 13:23:39
Beste Stefaan, schitterende en eerlijke tekst, ieder van ons kan zich hierin herkennen. We moeten inderdaad hierover sterk nadenken. Dank je wel, Chris


Copyright 2016. All rights reserved.
Terug naar de inhoud | Terug naar het hoofdmenu